GO!72 OVER CULTUUR EN UITGAAN IN 072.

10 X PER JAAR 102.000 STUKS HUIS AAN HUIS IN ALKMAAR, HEERHUGOWAARD, BERGEN, HEILOO, LANGEDIJK, EGMOND, SINT PANCRAS, SCHOORL

Een Noord-Hollands sprookje: het dorp dat maar geen stad wilde worden

17-02-2014

Er was eens een pittoresk dorp, in een provincie ver van de grote buitenwereld verwijderd. Het was een gezellig dorp, met kleine straatjes, sfeervolle grachtjes, oude pandjes, hier en daar een café en een plaatselijke specialiteit: kaas.

Het dorpje sluimerde door de jaren, maar groeide steeds een beetje groter. Dat kwam omdat er veel vraag was naar betaalbare gezellige huisjes. Die waren er niet meer in het oude dorp, zodat er steeds meer omheen werd gebouwd. Zo ontstond een stad. Een heuse stad, met wel negentigduizend inwoners.
Dat werd wel een beetje een probleem, want met zoveel nieuwe inwoners kwamen er ook héél veel jonge mensen bij. Het bestuur van de stad, de schout en de schepenen, schoven het probleempje voor zich uit. Dat lost zichzelf wel op, zo meenden ze. Als we er maar voor zorgen dat er niets te doen is bij ons, dan gaan ze vanzelf wel weg.

Zo gezegd zo gedaan. Maar nu waren er een paar groepjes jongeren die wat ouder werden en wat later op mochten blijven van hun ouders en zij begonnen zich stierlijk te vervelen.

Ze hadden ook heel veel energie. Sommigen gingen sporten, maar er waren er ook bij die niets met sport hadden en graag wilde dansen wilden dansen.

Zij dachten, nou, weet je wat, dan gaan we het toch lekker zelf doen en ze vonden een oud kasteel, een soort Bommelstein, dat toch leeg stond en maakten er een danscafé van.

Het was een enorm succes. Tot wel vier uur in de nacht hadden de jongeren plezier en de schout en de schepenen stonden het maar oogluikend toe. Wat moesten ze anders? Zij hadden niets met jongeren. Jong zijn, zo zei schepen Van de Veen, dat is meer iets voor de jeugd. En de schout, die verantwoordelijk was voor de openbare orde, was het daarmee eens. Laat maar uitrazen, vonden ze. We geven ze wel een vergunninkje, dan hebben wij ook onze goede wil getoond.

Maar om het pand heen woonden ook oude mensen. De oude mensen hadden last van de jonge mensen en begonnen te klagen. Misschien hadden ze gelijk, misschien ook niet. Feit was, dat de jonge mensen het pleit verloren. Ze moesten weg. De schout en de schepenen, die alles oogluikend hadden toegestaan, wasten hun handen in onschuld. Een van hen belde zelfs de plaatselijke krant, de Dorpsbode. 
De heer Rolf Karsten nam de telefoon op. ‚Met Karsten’, bulderde hij. 
‚Meneer Karsten, ik heb U even nodig. Die jonge gasten van dat danscafé doen een beetje lastig. Kunt U daar een stukje over maken? Ze hebben het namelijk allemaal aan zichzelf te wijten. U weet wel hoe dat is, meneer Karsten, U bent zelf ook jong geweest. Dat doet maar en dan is het ineens onze schuld.’
Meneer Karsten bond in, bulderde niet meer, want met een van de grote schepenen van de inmiddels grote stad viel niet te spotten. Hij noteerde braaf wat Van de Veen dicteerde. 
Dus moesten de jongeren weg uit het danscafé. Ze waren boos en teleurgesteld en begonnen zich te vervelen in de stad. 
Ze gingen ergens anders heen, waar meer te doen was en de schout en schepenen hun meer hun gang lieten gaan. Zo werd de stad steeds kleiner en werd het langzaam weer een dorp.
Precies wat de schout en de schepenen graag wilden.
En terwijl de stad langzaam weer een dorp werd, leefden ze allemaal nog lang en gelukkig.

Let op: elke overeenkomst met bestaande personen, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen zijn fictief en verhouden zich op geen enkele manier tot de werkelijkheid.

 

Reacties:


Agenda

Geen optredens

Go!72 op Twitter


Nieuwsbrief


© 2013 WHC Media

Website gebouwd doorNetweters